Gregoriaans

Gregoriaans, bron van ontstaan en beknopte ontwikkeling

Het Gregoriaans is een verzamelnaam voor talloze religieuze eenstemmige gezangen (dialecten) uit de middeleeuwen (voornamelijk van ca. 200 tot 1200) van de katholieke kerk op voornamelijk teksten uit het Oude Testament. Ze zijn qua tekst eigenlijk van Joodse oorsprong en voor onze jaartelling al gebruikt in de Joodse eredienst met fluit, cither, schalmei en cimbalen. De meeste gezangen zijn psalmen. Men kent er 150 in totaal.

Toen de eerste christenen en de tot het christendom bekeerde Joden elkaar in het geheim opzochten op schuilplaatsen binnen het Romeinse Rijk, dat het Christendom aanvankelijk weliswaar probeerde uit te roeien, hebben ze zeker in het begin troost gevonden in de voor hen nog bekende gezangen met veelal teksten uit het Oude testament in een eenvoudige eredienst. Denk maar aan Septuaginta, een vertaling van het Oude testament in de voertaal Grieks, waarvan er meer dan 1500 handschriften in omloop waren. Septuaginta werd 200 jaar voor onze jaartelling al geschreven door 70 geleerden in Alexandrië om het Oude Testament voor de Joden, die daar geen Hebreeuws meer kenden, toegankelijk te maken. Na het jaar 150 heeft men pas gebruik gemaakt van teksten uit het Nieuwe Testament. Na 300 jaar illegale vieringen met ontberingen is er pas vrijheid van godsdienst gekomen en werd het christendom uiteindelijk staatsgodsdienst. Intussen kon het koraal (geestelijk gezang) zich in zijn eenvoud ontwikkelen en verspreiden en werd het volkslatijn de voertaal van de liturgie. Pas veel later in de 9e eeuw werd het koraal gregoriaans genoemd naar Paus Gregorius en kon het zich eerst via de benedictijnse kloosters en het daarna samen met die van de Cisterciënzers over heel Europa verspreiden. Na 1200 zijn er nog andere kloosterorden gekomen, die op hun eigen manier gregoriaans mochten zingen van de Paus van Rome.

Verspreiding  kloosterwezen in 10e en 11e eeuw

De eenvoudig versierde gezangen werden in het begin in een do- re- of mi-modus, een beperkte toonladder, door het volk met een kort refrein gezongen. De voorzang van de psalmen deed een cantor of een solist. Later hebben de kloosters het koraal of gregoriaans in het morgen-, middag-, en avondgebed van drie naar zeven gebedsstonden uitgebreid exclusief een eucharistieviering, die in het begin nog eenvoudig van opzet was met veel psalmodie. In het Graduale Simplex vind je nog van die eenvoudige psalmodie terug. Er kwamen ook hymnen bij, die makkelijker te zingen waren voor het volk. De gezangen, die steeds rijker werden versierd, werden door een schola gezongen. De cantores namen de moeilijkere gezangen voor hun rekening. Later kwamen er nog tropen en sequentia’s bij.

Kerkje rond 800

In de tijd van de Karolingers (ca. 700-1000) werd het Gregoriaans in het hele rijk, dat steeds groter werd, uniform ingevoerd met vaststaande gezangen volgens het toenmalig kerkelijk jaar. Karel de Grote wilde namelijk eenheid in de liturgie in zijn immens grote rijk.

Na 900 waren er zoveel gezangen dat men ze met tekst en met neumen (speciale tekens) ging opschrijven, om het gregoriaans beter en sneller te kunnen aanleren en bewaren als erfgoed voor het nageslacht.

Eerste neumenschrift Metz na 930 Nu in museum van Laon
Eerste neumenschrift Metz na 930 Nu in museum van Laon

Medio 9e eeuw deed in het Gregoriaans ook de vroege en eerste eenvoudige meerstemmigheid haar intrede. Hieruit ontwikkelt zich later de polyfonie (meerstemmigheid), waarin het gregoriaans een belangrijke hoofdstem, de zogenaamde cantus firmus, kreeg toebedeeld.

Later ging men het Gregoriaans noteren op één lijn en weer later op 2 lijnen en vervolgens op 4 lijnen met een andere notatie. Maar die veranderde van streek en gewest. Zie enkele voorbeelden. Er was geen eenheid meer. Zie diverse notaties en drukkerijen uit 15e en 16 e eeuw.


1409 Windesheim bij Zwolle
Adventsgezang uit de Getijden – Romaans kwadraatschrift



1496 Bazel Germaans hoefnagelschrift
Introïtus 1e zondag van de Advent



1599 Antwerpen
Introïtus 1e zondag van de Advent
sterk gewijzigd van de oorsprong


Begin 16e eeuw werd het gregoriaans opzij geschoven door de Reformatie, die de volkstaal propageerde en dus geen Latijn meer toestond in de kerk. Het Humanisme sympathiseerde ook wel met deze ideeën. Er moest verstaanbaarheid en duidelijkheid komen en geen ellenlange versieringen in de muziek in een vreemde taal, waar niemand iets van begreep. Men sprak van barbarisme. Daarom werd er flink gesnoeid in het gregoriaans en het Vaticaan deed er ook aan mee door een Medicaea uitgave (kortere uitgave) te laten maken door enkele bekwame musici.


Medicaea uitgave 1614

Dit boek met de “gesnoeide” gezangen werd nog ca. 200 jaar gebruikt. Drukker Pustet in Regensburg, die tot 1903 het recht had het Gregoriaans uit te geven, heeft later de toenmalige notatie nog verder uitgewerkt met een zogenaamde Pustetuitgave, die waarschijnlijk in Nederland nog officieel tot 1903 en zelfs later tot 1920 op sommige kerkkoren gebruikt werd.


Pustet uitgave 1870 uit Regensburg

In de 19e eeuw kregen de Benedictijnen van Solesmes een opdracht van de Paus van Rome om aan een restauratie te beginnen vanuit de oorspronkelijke manuscripten uit de middeleeuwen. Men verzamelde vele documenten en liet ze fotograferen. Zodoende kon men ze beter vergelijken en bestuderen. Maar vele geschriften gaven hun geheimen niet prijs, tot men een handschrift ontdekte met neumen en absolute notennamen. Zodoende kon men de andere handschriften ook ontcijferen. De benedictijnen van Solesmes gaven veel gregoriaanse boekwerken uit. Het bekendste is het Graduale Romanum van 1908 dat in de jaren twintig en daarna via vele herdrukken in Nederland overal werd ingevoerd. Daarom werden er talrijke dirigenten- en zangerscursussen gegeven. De methode Ward werd na 1929 ingevoerd op bijna alle katholieke scholen, om de kinderen al vroeg met de goede liturgische muziek in aanraking te brengen. Er onstonden bolwerken in Roermond en Helmond.


Gregoriaans 1908 uitgave Solesmes na de restauratie

Het gregoriaans van de Benedictijnen van Solesmes in Frankrijk heeft tot rond 1970 een grote bloeiperiode in Nederland en andere landen doorgemaakt. Door de invoering van de volkstaal na Vaticanum II werd het later ten onrechte naar de marge verdrongen. In 1979 verscheen het Graduale Triplex met onder en boven de kwadraatnotatie de neumen (tekens) van voornamelijk twee bekende handschriften t.w. Laon (N.Fr.) en Sankt Gallen (Zw.)


Triplex 1979 uitgave van Solesmes

Neumentabellen 1947 Annie Bank, A’dam Zie boek Romanum van 1908 voorzien van neumen van voornamelijk twee oude handschriften, om opvattingen over het vernieuwde ritme van Eugene Cardine te verduidelijken. Deze monnik van Solesmes had ontdekt dat de duur van de lettergreepwaarde en de notatie daarvan niet overal gelijk was. Dit had iets te maken met de voordracht van de tekst en de notatie hiervan in de oude manuscripten.

In 1947 gaf J.A. Bank, drs. philologiae, auteur van het boek "Geschiedenis van de Katholieke Kerkmuziek" zijn boek uit bij Scriptorium en Uitgeverij Annie Bank Amsterdam met een neumentabel. Het is het eerste boek in ons land dat al iets over neumen schrijft en dus voor zijn tijd al erg progressief was.

Zie hieronder rechts. Wat rood omlijnd is komt in mijn gregoriaans cursusboek voor beginners globaal ter sprake als eerste kennismaking met de neumen behoudens enkele kleine aanwijzigingen.

Neumentabel 1947 Annie Bank A’dam

In 2011 verscheen het Graduale Novum van Regensburg. Een groep muziekwetenschappers van het Gregoriaans, voornamelijk uit Duitsland, hadden ontdekt dat 5% van alle noten anders gezongen zouden moeten worden op basis van een uitgebreider wetenschappelijk onderzoek van veel meer oude en oudere handschriften. De meningen hierover zijn echter nog niet overal gelijkluidend, maar dat is vaak zo bij nieuwe publicaties.

Gregoriaans is volgens mij de oudste genoteerde religieuze muziek van de westerse beschaving en is nog steeds onsterfelijk ook in onze tijd, omdat niet alleen de tekst wereldliteratuur is maar ook de muziek literatuur genoemd kan worden. Het is de grondslag van alle gecomponeerde Westerse muziek van latere datum. Het wordt nu nog steeds over de hele wereld gezongen in de katholieke liturgie en ook nog verspreid via talloze CD’s.

Helaas is het bij onze jeugd tegenwoordig niet meer zo aantrekkelijk en geliefd, zoals eertijds, en zijn de kerkkoren ernstig aan het vergrijzen. Veel kerken worden aan de eredienst onttrokken, of krijgen een andere bestemming.

Gregoriaans zal dan in de nabije en verre toekomst wel steeds minder worden gezongen. Wanneer er een kentering komt weet niemand.

Toch zijn er in de pop-wereld meer dan 80 CD’s verschenen met elementen uit het gregoriaans. Het kan pseudo-gregoriaans worden genoemd. Verder zijn muziekwetenschappers nog steeds bezig met wetenschappelijk onderzoek en er verschijnen nog steeds nieuwe uitgaven over het gregoriaans. De uitgave Graduale Novum 2010 is daar een voorbeeld van. Het nieuwste boek over gregoriaans is een uitgave van Con Brio uit Regensburg.


| XHTML | CSS | Designed by trif_m, Thanks to Orice Mures